Klein
Vandaag voel ik me klein.
Ik zoek naar mezelf en weet niet waar ik moet beginnen.
Reacties
Nog geen zichtbare reacties.
Het boek
Iedere bijdrage begint in het heden. Vanuit een gevoel, een vraag of iets dat vandaag gebeurde, kijk ik terug. Lees mee. Reageren mag — ik lees alles, maar het verschijnt pas nadat ik het heb goedgekeurd.
Vandaag voel ik me klein.
Ik zoek naar mezelf en weet niet waar ik moet beginnen.
Reacties
Nog geen zichtbare reacties.
Vandaag voel ik me klein.
Ik zoek naar mezelf en weet niet waar ik moet beginnen.
Reacties
Nog geen zichtbare reacties.
“Een wond doet pijn zolang zij open is. Een litteken vertelt dat er genezing heeft plaatsgevonden. Maar ook een litteken kan gevoelig blijven.”
Ik heb lang gedacht dat een litteken betekende dat iets voorbij was. Dat als de wond eenmaal gesloten was, het hoofdstuk ook afgesloten kon worden. Inmiddels weet ik dat een litteken iets anders vertelt. Niet dat er niets meer is, maar dat mijn lichaam zich soms nog herinnert wat mijn hoofd probeert achter te laten.
Het seksueel misbruik uit mijn jeugd ligt ver achter mij. De rechtszaak is voorbij en ook de behandeling ligt achter mij. Ik heb EMDR gehad en veel herinneringen hebben hun scherpste lading verloren. Toch merk ik dat de gevolgen niet altijd verdwijnen zodra de gebeurtenissen voorbij zijn. Soms reageren mijn gedachten of mijn lichaam sneller dan mijn verstand.
Ik kan rationeel weten dat iemand mij geen pijn zal doen en tegelijkertijd voelen dat ik op mijn hoede moet zijn. Ik kan weten dat mijn huidige partner niet mijn ex-partner is en toch bang zijn dat hij op een dag weggaat. Niet omdat hij daar aanleiding voor geeft, maar omdat een deel van mij heeft geleerd dat veiligheid tijdelijk kan zijn.
Dat zijn de littekens die ik met mij meedraag. Ze bepalen niet meer wie ik ben, maar ze laten zich nog wel voelen.
Tijdens mijn huwelijk werd opnieuw een grens overschreden. Jaren nadat het misbruik uit mijn jeugd was gestopt, werd mijn lichaam opnieuw een plek waar mijn grenzen niet werden gerespecteerd. Mijn ex-partner verkrachtte mij meerdere keren terwijl ik sliep. Pas veel later durfde ik dat ook zo te noemen. Lange tijd maakte ik het kleiner dan het was en probeerde ik woorden te vinden die minder hard klonken dan de werkelijkheid.
Achteraf zie ik dat mijn huwelijk aansloot op iets wat al veel eerder beschadigd was. Als je als kind leert dat jouw grenzen niet vanzelfsprekend worden gerespecteerd, wordt het moeilijker om later direct te herkennen wanneer iemand daar opnieuw overheen gaat. Niet omdat je dat wilt en ook niet omdat je daarmee instemt, maar omdat je gewend raakt aan het negeren van je eigen gevoel.
Dat besef was confronterend, maar het hielp mij ook om anders naar mezelf te kijken. Ik hoef mij niet langer alleen af te vragen waarom ik bepaalde mensen vertrouwde, waarom ik bleef hopen of waarom ik niet eerder wegging. Ik begrijp nu dat ik reageerde vanuit een geschiedenis die ik jarenlang niet volledig kon overzien. Dat maakt wat er is gebeurd niet minder ernstig, maar het maakt mij wel milder naar mezelf.
Ik zie inmiddels dat overleven er niet altijd uitziet als vechten of weglopen. Soms betekent het aanpassen, zwijgen, doorgaan en jezelf ervan overtuigen dat het wel meevalt. Soms betekent het dat je pas jaren later woorden kunt geven aan wat er werkelijk is gebeurd. Dat was geen zwakte. Het was de manier waarop ik mijzelf overeind hield.
Mijn littekens zijn daarom niet alleen het bewijs van wat mij is aangedaan. Ze zijn ook het bewijs dat ik ben blijven staan. Ze zijn nog voelbaar en soms pijnlijk, maar ze bepalen niet langer volledig hoe ik naar mezelf kijk of welke richting ik op wil.
Ze horen bij mijn verhaal, maar ze zijn niet mijn hele verhaal.
Reacties
Nog geen zichtbare reacties.
Het is alweer even geleden dat ik de ruimte en de woorden kon vinden om deze op te schrijven. Want misschien is de vraag "wie ben ik?" uiteindelijk niet de juiste vraag.
Misschien is de vraag: welke delen van mij zijn echt van mij, en welke heb ik ontwikkeld om te overleven?
Ik denk niet dat trauma mijn identiteit is geworden. Ik denk wel dat trauma jarenlang heeft bepaald hoe veilig de wereld voelde. Dat is anders. Toch? Want als trauma je identiteit wordt, dan bén je beschadigd. Maar als trauma je gevoel van veiligheid heeft veranderd, dan blijft er ook een deel van jou bestaan dat nooit kapot is gegaan.
En eerlijk gezegd denk ik dat ik juist naar dat deel op zoek ben. Niet naar ik die het heeft overleefd. Maar naar de ik die daar altijd al onder zat.
Er bestaat een gedachte in de psychologie dat ieder kind een eenvoudige overtuiging nodig heeft om zich gezond te ontwikkelen:
"De wereld is veilig. De mensen van wie ik houd beschermen mij."
Bij sommige kinderen wordt die overtuiging langzaam opgebouwd. Maar soms dus ook weer afgebroken. Ik ben als kind seksueel misbruikt.
Een kind kan een traumatische gebeurtenis meestal niet plaatsen. Het denkt niet: "Dit had nooit mogen gebeuren." Een kind denkt eerder: "Er klopt iets niet met mij." En in mijn geval "Ik heb hier aanleiding toe gegeven." Ik weet nu dat dit geen bewuste keuze is.
Het is de manier waarop een kinderbrein probeert een onbegrijpelijke werkelijkheid begrijpelijk te maken.
Ze zeggen dat veel mensen die op jonge leeftijd misbruik meemaken ontwikkelen daardoor geen gebrek aan intelligentie of kracht. Ze ontwikkelen juist een uitzonderlijk goed vermogen om situaties te lezen. Ze leren gezichten observeren. Stemmingen voorspellen. Gevaren herkennen voordat anderen ze zien. Een overlevingsstrategie. Dat is geen karaktereigenschap. Maar als dat het dan niet is, wie was ik dan zonder dat dit zou zijn gebeurd?
Reacties
Nog geen zichtbare reacties.
Het is weekend. De kinderen hangen een beetje rond in huis, op een leeftijd waarop ze niet meer vanzelf meegaan naar een speeltuin, een kinderboerderij of een middagje weg. Hun eigen wereld wordt langzaam groter en die van mij lijkt, gek genoeg, soms wat kleiner te worden.
Ik vraag wat ze willen doen, maar het antwoord is niets. Misschien straks. Ze zien wel. En ik begrijp het, want ik was niet anders op die leeftijd.
Dus laat ik ze met rust en loop ik een rondje door het huis. Ik ruim wat op, zet koffie, kijk op mijn telefoon en daarna weer uit het raam. Ineens realiseer ik me dat ik eigenlijk niet weet wat ik zelf wil doen. Niet alleen vandaag, maar überhaupt.
De gedachte komt onverwacht, alsof iemand een vraag stelt waar ik nooit eerder echt over heb nagedacht. Wat wil ik eigenlijk?
Het enige antwoord dat direct in me opkomt, is werken. Ik zou kunnen werken. Dat vind ik leuk. Ik haal er voldoening uit, geniet van de gesprekken, van de dynamiek en van het gevoel dat ik ergens aan bouw. Werk geeft structuur, richting en het gevoel dat ik ergens toe doe.
Maar tegelijkertijd voelt dat antwoord verdrietig. Niet omdat ik mijn werk niet leuk vind, juist omdat ik het wel leuk vind. Omdat ik me afvraag waarom dat het eerste is waar ik aan denk.
Alsof er een leeg veld voor me ligt en het enige pad dat ik zie naar mijn werk leidt. Dan vraag ik me af wanneer ik voor het laatst iets deed alleen omdat ik er zelf gelukkig van werd. Niet omdat iemand mij nodig had, niet omdat het nuttig was en niet omdat het moest, maar gewoon omdat ik het wilde.
Ik weet het antwoord niet direct. Misschien omdat ik al zo lang bezig ben met alles wat gedaan moet worden, dat ik nooit heb stilgestaan bij wat ik zou doen als er even niets hoefde.
Dat klinkt dramatischer dan ik het bedoel. Mijn leven is niet leeg. Integendeel, mijn dagen zitten vol. Er zijn kinderen, werk, familie, vrienden, verantwoordelijkheden en duizend kleine dingen die aandacht vragen. Maar juist daarom verrast die vraag me.
Omdat ik altijd dacht dat druk zijn hetzelfde was als leven. Tot ik op een gewone zaterdag in een gewoon huis stond, met kinderen die niets wilden doen, en ineens niet meer wist wat ik zelf eigenlijk wilde.
Misschien begint het daar. Niet bij een groot verlies of een ingrijpende gebeurtenis, maar bij een vrije middag waarop ik ontdekte dat ik voor iedereen wel een antwoord had, behalve voor mezelf.
Reacties
Nog geen zichtbare reacties.